skip to Main Content

Het litteken blijft, maar Orvedo overwint-uitgebreid

Het litteken blijft, maar Orvedo overwint

Het uitgebreide verhaal van Orvedo - voetbal

Goed gekleed, getrouwd met jeugdliefde Laura, trotse vader van twee kids: Orvedo (41) brengt elke dag in vreugde door. Achter zijn glinsterende ogen schuilt echter een diep ontroerend verhaal. Het kind in hem groeide op in een jungle. Pas geboren, verdween zijn biologische vader uit beeld. Paramaribo voelde veilig, maar de Amsterdamse Bijlmer zat vol obstakels en dreiging. Als puber was hij getuige hoe zijn moeder voor zijn ogen werd verkracht, raakte hij betrokken bij drugsdeals. Van zijn voetbaldroom werd vervolgens misbruik gemaakt: Orvedo werd aangerand door de elftalleider van voetbalclub Vitesse. En toen was hij nog maar vijftien jaar. ,,Dat maakt je en vormt je. Ik ben gehard.” De openbaring van Renald Majoor – over exact dezelfde ervaring bij Vitesse – aan de tv-tafel van Humberto Tan, zorgde bij Orvedo voor een aardverschuiving. Nu hij, 25 jaar na die ongewilde aanraking, naar buiten komt met zijn verhaal, is dat pas reden om het geheim met zijn moeder te durven delen.    

Het gesprek komt op de gouden generatie van Ajax A1, net toen de Amsterdamse club de Champions League had gewonnen. ,,Een geoliede machine, die jeugdploeg. Als testspeler van Vitesse mocht ik tegen die jongens voetballen. Slechts één van hen, Andy van der Meijde, haalde de internationale top.” Over hoe het kon dat de ontwikkeling van de anderen ergens bleef steken, is een boek verschenen. ,,Met enkele van die jongens heb ik nog contact. Sommige van hen probeerden het bij Haarlem, toen nog satellietclub van Ajax. Daar heb ik het ook geprobeerd, net als bij FC Utrecht en Telstar, maar het lukte niet. Dat zijn momentopnames, die proefwedstrijden. Hoe zit je in de wedstrijd die dag, mag je wel op je favoriete positie spelen. Je moet talent maar ook geluk hebben in de voetballerij. Het was een voorrecht om er even van te proeven, jammer dat het me niet gelukt is door te breken…”

Orvedo’s roots liggen in Paramaribo. Zijn ouders scheidden. ,,Mijn vader was militair, wilde niet meer dienen in Suriname en is als deserteur gevlucht naar Nederland. Hij liet mijn moeder drie weken na mijn geboorte achter. Mijn vader, moslim-hindoestaan, heeft zijn leven in Nederland opgebouwd en vrijwel nooit meer naar me omgekeken, dus ik ben grotendeels door mijn moeder, creoolse, opgevoed. In Suriname ontfermden mijn lievelingsoom en de zus van mijn vader zich over mij. We hadden het goed en woonden in een familiestraat. Ik kon altijd met nichtjes en neefjes spelen en kreeg een goede opvoeding. Ik ‘werkte’ in de bakkerij van mijn oom, moest de vloer vegen als vijfjarige en kreeg dan 25 cent.”

,,Op mijn negende zijn we naar Nederland gekomen. Mijn moeder, die nog wel een relatie had gehad waaruit een meisje werd geboren, wilde haar leven anders inrichten. Mijn moeders zus, die hier al een tijdje woonde en werkte, ving ons op en we kwamen terecht in de Amsterdamse Bijlmer. Totdat beide zussen ruzie kregen en wij op straat werden gezet. Dat was keihard. We konden terecht bij een vriendin van mijn moeder, in een andere flat. Mijn moeder werkte in de Bijlmer bajes, om haar twee kinderen zo goed als mogelijk te kunnen onderhouden.”

,,In Paramaribo liepen we bij iedereen de vloer plat, hier was dat wel anders. Ik ontfermde me over mijn kleine zusje. Het was een pittige periode, er heerste veel werkeloosheid, er waren veel drugsverslaafden en drugsdealers. ’s Ochtends als je naar school ging, moest je in de trappenhal langs een junk die net had gebruikt. Elke dag was een strijd. Het was een zwarte gemeenschap, maar je kon toch wel een beetje Suriname proeven, tijdens feesten, tijdens markten.”

,,Ik werd ook beroofd in de Bijlmer. Die ervaring, van jongens uit de buurt – bivakmuts op – die me tegen de muur drukten en me mijn geld vroegen… door die gebeurtenis dacht ik: wacht even, ik zorg ook dat ik voortaan een mes bij me heb. Dat speelde toen al, het aanschaffen van een wapen; nu komt het in het nieuws. Mijn moeder is ook beroofd. Het was eten of gegeten worden in de Bijlmer. Je raakte gehard. Toen jongens uit de buurt elke keer op weg naar school mijn zusje kleineerden en later betastten, heb ik als grote broer – toen zij het mij vertelde – geobserveerd. Daarna trommelde ik twee vrienden op en zocht die jongens op. De jongen die het steeds deed, verkocht ik een paar meppen. De jongens achter hem en achter mij hielden zich rustig. Hij wist dat hij het voortaan moest laten.”

,,Er waren altijd verleidingen, zoals er vrienden waren die drugs dealden. Ik had vooral oog voor het halen van een diploma. Mijn moeder zag er goed uit en kreeg weer een vriend, wat ook inhield dat ik er een broertje en zusje bijkreeg. Ik was de grote broer en ze keken tegen me op. Mijn moeder trouwde en ik dacht dat het een man was die haar deed stralen en lachen. Maar hij bleek een keerzijde te hebben, want hij bleek drugsdealer te zijn. Als mijn moeder aan het werk was, zat ik aan tafel, was hij bolletjes aan het draaien en werd voor mijn ogen de drugs versneden. Vroeg hij mij de zakjes te branden. Wat moest ik? Ik wilde het mijn moeder vertellen, voelde me er niet prettig bij. Hij stopte me af en toe wat geld toe. Vroeg me achterop de fiets mee te gaan als de drugs werden rondgebracht. Ik gehoorzaamde. En zweeg. Zag dat mijn moeder gelukkig was, dat ze rust had gevonden.”

Ik concentreerde me verder op school en zocht daarbuiten mijn ontspanning in het voetballen. Maar als ik thuiskwam, dacht ik elke keer ‘wat gaat er nu weer komen?

 

,,Ik concentreerde me verder op school en zocht daarbuiten mijn ontspanning in het voetballen. Maar als ik thuiskwam, dacht ik elke keer ‘wat gaat er nu weer komen?’ Want hij begon veel alcohol te gebruiken, ze kregen steeds vaker ruzie en op een dag – ik was veertien – heeft hij voor mijn ogen mijn moeder verkracht. Dat heeft me ontzettend veel pijn gedaan. Ik sprong er op af en schreeuwde ‘laat m’n moeder met rust’. Hoorde ik mijn moeder zeggen ‘laat ‘m maar, als hij dit wil doen’. En die man gaf me een klap: ‘Ga uit de kamer’. Ik huilde. Het was een vreselijk nare ervaring.”

,,Ik heb hem dat nooit kunnen vergeven. Ze kregen vaker ruzie en dan sloeg hij haar. Ik wilde haar beschermen en sprong er vaak tussen. We hadden al samen zoveel meegemaakt… Op een dag werd hij gevonden in de gracht, waarschijnlijk iets in het drugscircuit. Na een week overleed hij in het ziekenhuis. Ik vond het vervelend voor mijn moeder, dat zij haar liefde verloor. Maar ik dacht ook: nu heb je rust. Zij had verdriet en ondanks alles hield zij sympathie voor hem. Ze keek op andere momenten door zijn gewelddadige kant heen. Dat vond ik ook bewonderenswaardig.”

,,Voetbal bleef mijn uitlaatklep, mijn droom. Mijn eerste club was ASV JOS (Watergraafsmeer) in de Bijlmer. In de C1 was ik in de spits één van de uitblinkers. Tweebenig ook. Na school gooide ik meteen mijn tas neer en gingen we voetballen. We werden de enige school – de Polsstok – uit Amsterdam die kampioen van Nederland wist te worden. De finale van die schoolwedstrijd was in het PSV-stadion, zaten we in de kleedkamer in de tijd dat Romario nog speelde, een geweldige spits en mijn grote voorbeeld. Dat was mijn moment of fame.” Lachend: ,,Ik weet ik nog dat ik van de spanning nodig moest plassen en het gewoon in mijn broek deed.”

,,Ik verkaste later naar Amstelland en kwam in de B1, we speelden in de tweede divisie. Onze trainer had goede contacten. Zo mochten we voor de seizoenafsluiting naar het Italiaanse Verona. Dat werd een onvergetelijke ervaring, maar dan met een andere afloop. In die tijd hadden wij als gezin een verblijfsvergunning, maar het bleek dat de brieven van de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) bij mijn tante achterbleven, waardoor er geen Nederlands paspoort geregeld was. Zodoende belandden wij voor een half jaar in de illegaliteit. Onderweg met de ploeg in de bus naar Italië was er bij de Oostenrijkse grens paspoortcontrole. Ik kon alleen een Surinaams paspoort tonen, maar geen Nederlands visum en dat was nodig in Schengen-gebied. Ik mocht niet verder, moest uitstappen… Ik schaamde me ten overstaande van de andere jongens, die daarna verder trokken. Daar stond ik. Mijn moeder had geen rijbewijs. Er werd gebeld met de voorzitter van Amstelland en die meneer is in de auto gestapt om mij op te halen. Dat was zo bijzonder, dat hij dat samen met zijn vrouw deed. Ik moest wel dertien uur wachten, kreeg geen eten en drinken aangeboden. Alsof ik een asielzoeker was.”

Het netwerk van de Amstelland-trainer bood Orvedo ook kansen. ,,Hij had contacten met mensen binnen Vitesse en regelde een oefenwedstrijd voor ons op Papendal in Arnhem. Tegen het grote Vitesse, dat was geweldig. Ik wilde profvoetballer worden. Had posters op mijn kamer hangen, van onder meer Patrick Kluivert, die later met Ajax de Champions League won. Ik volgde al het voetbal op tv.”

Ik wilde profvoetballer worden. Had posters op mijn kamer hangen, van onder meer Patrick Kluivert, die later met Ajax de Champions League won.

 

,,Ik speel gewoon tegen een topclub, dacht ik, toen we begonnen tegen Vitesse. Die echte zwart-gele shirts. We werden weggespeeld, maar ik wilde nóg scoren, mezelf in de kijker spelen. En ik maakte ook een goal. Kort daarna zei de trainer dat ik op stage mocht komen bij Vitesse. Er woonde familie van ons in Arnhem, dus ik lichtte hen al in. Ik kwam in contact met de elftalleider van Vitesse, André. Na de eerste training mocht ik ook oefenwedstrijden spelen.”

,,De elftalleider was buschauffeur van beroep en zei ‘je kunt ook bij mij slapen’. Dat gebeurde wel vaker met proefspelers. Ik probeerde prof te worden en overtuigde mijn moeder, dat het belangrijk was dat ik regelmatig met bus en trein naar Arnhem ging. Ik zei dat ik dan bij onze familie ging slapen, maar ik loog. Tegen die familie vertelde ik dat ik bij de elftalleider bleef slapen, dat was gemakkelijker. Er woonde ook een andere voetballer bij hem in en hij had zelf ook een zoon. Het voelde vertrouwd. Met die andere jongens kon ik kaarten en kletsen.’

Orvedo toont foto’s. Van die jongens, van de elftalleider en eentje waarop hij met oud-international Roy Makaay staat. ,,Tijdens één van de trainingsstages in Putten zat ik in de kantine. De elftalleider praatte met een jeugdtrainer van de Puttense vereniging en ze maakten grapjes met elkaar. Plotseling liet André foto’s zien van jeugdspelers van Vitesse, die naakt waren. ‘Jij hebt foto’s, maar wat ík doe, is dat ik jongetjes na de training wel eens laat komen om me te laten afzuigen…’, reageerde die jeugdtrainer van Putten. Waar ik bij zat… Wat was dit? Wat moest André met die foto’s? Zij lachten er om, maar ik vond het niet grappig. Thuis en als ik bij mijn familie was, zweeg ik er over.”

,,Toen André korte tijd later weer belde, dat ze nog een plek hadden op linksbuiten en mij nog een testwedstrijd wilden laten spelen, dacht ik ‘dit is mijn kans’. Ik pakte de trein en ging naar Rhenen, waar hij woonde. Binnenkomend, waren de andere jongens er niet. Dus ik was alleen met hem. We aten ’s avonds samen. Ik vroeg wanneer de andere jongens kwamen. Hij wist het niet. Ik zat nog aan tafel en las een boek. Zie ik André in mijn ooghoek over zijn broek wrijven. Komt hij naar me toe en haalt zijn stijve pik tevoorschijn. Ik schrok. ‘Wat doe je?’, zei ik. Hij vroeg me kalm te blijven, maar zo voelde ik me helemaal niet. Stopte hij zijn hand in mijn broek en begon me af te trekken. ‘Wil je ophouden?’, zei ik. ‘Dit is niet normaal wat je doet’. Ik verstomde gewoon. Dit was de man die mij een veilig gevoel bij Vitesse moest geven. ‘Wil je nu ophouden?’, riep ik.”

,,Het was eng. Ik wilde me verzetten, maar hij was groot en sterk en klemde me. Opeens hoorde ik het geluid van sleutels bij de deur. Hij sprong van me af. Het waren zijn zoon en diens vriendin. In alle paniek ben ik opgestaan en naar de kamer gerend. Ik schaamde me. Zijn zoon vroeg wat er aan de hand was. Ik zei dat ik me niet helemaal lekker voelde. Ik was in shock. ‘Wát is hier gebeurd?’ Alles schoot door mijn hoofd. Wat betekent dit? Als kind had je wel eens van kinderlokkers gehoord. Was dit een kinderlokker?”

,,De volgende morgen reden we naar het Vitesse-complex voor de testwedstrijd. André had verteld dat er nóg een testspeler was en wij streden voor één plek. Het ging tussen ons. Maar bij mij maalde alleen maar de avond ervoor door mijn hoofd. Wat was er toch gebeurd? Ik speelde niet goed en daardoor kwam de trainer me naderhand ook vertellen dat ik het niet was geworden. Mijn wereld stortte in. Ik gaf de spelers en de trainer een hand. En zei tegen André dat ik zelf wel op het treinstation zou komen. Onderweg naar huis was ik alleen maar aan het huilen. Waarom overkwam dit mij?”

,,Eenmaal thuis, heb ik het voor mezelf gehouden. Het bleef geheim. Ik was de oudste van de kinderen. Ze keken tegen me op. Dus ik kon dít niet vertellen. Ik schaamde me. Ik was een jongen, een man. En in de Bijlmer was het overleven, in dat harde milieu moet je je mannetje staan, anders word over je heen gelopen. Ik was er bekend. In de lift was het vaak al aftasten, wat gaat er gebeuren. Het was vriend of vijand. Zo’n impact had het. Had te maken uit welke wijk je kwam. Elk blok met flats had zijn kemphanen. Met voetbal kon je laten zien hoe goed je was. Ik was redelijk neutraal, kon het met veel jeugd goed vinden, maar als ik dit zou delen… Dan word je als een ‘klein poesie’ gezien. ‘Hoe heb je dat kunnen laten gebeuren en ons niets gezegd?’ Dat zouden ze dan zeggen. Ik had ook aanzien van meisjes. Die ook bij onze voetbalpartijtjes stonden te kijken. Nou, dan haalde ik het niet in m’n hoofd om te zeggen dat iemand aan me gezeten had. Dus ik zweeg. Het was een trauma. Wat ik zelf moest verwerken. Want ik had geen vader waar ik raad aan kon vragen.”

,,Ik werd geen prof, maar heb gelukkig mijn plezier in het voetbal niet verloren. Ik ging naar Voorland en later naar Nieuw Vennep, waar ik wat geld kreeg om wedstrijden te voetballen. Ik maakte mijn school af en zou later bij DCG en Swift belanden, in de Hoofdklasse.”

,,Niemand weet het. Tot op heden. Alleen mijn vrouw. Dat kwam door de RTL Late Night-uitzending van 2017, toen Renald Majoor zijn verhaal vertelde, aan tafel bij Humberto Tan. ‘Wat een vuile klootzak’, dacht ik, denkende aan die elftalleider. Die André had nog meer slachtoffers gemaakt. Maar wat was het knap dat Renald dit openbaar durfde te maken. Maar nog steeds kon ik het zelf niet met mijn familie, vrienden en collega’s delen. Ik kón het niet.”

,,Terwijl, elke keer als ik Vitesse op Studio Sport zag, dan haalde dat bij mij die herinnering naar boven. De ‘wat als-vraag’ leeft bij mij tot op de dag van vandaag. Als me dit niet was overkomen, was ik dan doorgebroken? Dan had ik een goede toekomst voor mijn moeder en het gezin kunnen neerleggen. Die droom is om zeep geholpen door die klootzak. En Renald durfde er gewoon over te praten. Ik riep mijn vrouw, om mee te kijken naar die uitzending. Ik huilde. Ze vroeg wat er was. ‘Ik moet je wat vertellen’. Ik vertelde wat Renald zojuist had gezegd op tv en dat ik zelf altijd positieve verhalen had met betrekking tot het trainen bij Vitesse vertelde. Mijn passes op Theo Janssen. De momenten waar ik met trots op terugkeek. Maar er was meer… Ik was gebroken en verbaasd. ‘Dus jij bent ook één van zijn slachtoffers?’, vroeg zij. Die hele film speelde zich opnieuw af. Het is al niet gemakkelijk om profvoetballer te worden. Maar dít, dit verwacht je niet op je weg daar naar toe.”

Renald spreken, want ik wilde mijn geheim delen. Ik las dat hij een stichting, ‘De Stilte Verbroken’, had opgericht. Het knaagde aan me. Ik dacht aan Vitesse, de grote club. Zij moesten weten wat er was gebeurd. Ik wilde de stilte ook verbreken.

 

,,Ik wilde Renald spreken, want ik wilde mijn geheim delen. Ik las dat hij een stichting, ‘De Stilte Verbroken’, had opgericht. Het knaagde aan me. Ik dacht aan Vitesse, de grote club. Zij moesten weten wat er was gebeurd. Ik wilde de stilte ook verbreken. Toen de commissie Klaas de Vries daarna onderzoek deed, besloot ik mee te werken. Opdat het in de toekomst anderen niet zou overkomen. Ik las later het rapport en de cijfers. Er moet meer zijn en meer gebeuren, dacht ik. Bij de lancering van zijn stichting zag ik Renald met Theo Janssen. Zou hij nog weten dat ik van de ene op de andere dag verdween? Dat ik ook een van de slachtoffers was?”

,,Renald kon me helpen het kenbaar te maken bij Vitesse, zo zijn we samen bij de directie geweest. Die toonde tijdens het gesprek erkenning, respect en empathie en ze kwamen met een passend voorstel waarin ik me kon vinden. Renald nam me ondertussen mee in zijn weg, hoe hij het had verwerkt. Bijvoorbeeld het in gesprek gaan met de huisarts en psycholoog. Want ik had iets meegemaakt en lang meegedragen, het heeft impact op je gesteldheid. En ik had inderdaad vaak stemmingswisselingen, soms een kort lontje thuis, waar, vanuit de relatie met mijn jeugdliefde Laura, twee kids opgroeiden.”

,,De psycholoog heeft PTSS geconstateerd. Ik wilde dat het er niet was, maar als ik mijn ogen sloot, kreeg ik die beelden weer. Ik heb EMDR-behandelingen gehad, koesterde al die jaren woede jegens hem, wilde hem slopen. Later vertelde Renald dat André was overleden, in 2011. Ik wilde zijn overlijdensbericht zien, want ik was nog niet klaar met die man. Psychisch maakte het me gek, ik moest iets verkroppen wat er uit moest, kon het geen plekje geven. Liet Renald het zien. Daardoor wist ik dat hij geen andere kinderen meer pijn kon doen.”

,,De sessies met de psycholoog en de EMDR-behandelingen – ook al was het herbeleven moeilijk – hielpen. Het heeft me rustiger gemaakt. Ik heb het mijn moeder nog niet verteld, ik weet niet hoe die klap bij haar binnenkomt. En hoe ga ik het ooit mijn kinderen vertellen? Dat iemand papa beschadigd heeft.”

,,Renald en ik – en zo zijn er meerdere – we hadden talent en de mogelijkheid tot verdere ontwikkeling is ons ontnomen, daarom vormen we nu samen een front om het tegen te gaan. Er is zoveel gebeurd in de sport dat verborgen is gebleven. Door een sterke vrouw aan mijn zijde heb ik gelukkig toekomstperspectief op kunnen bouwen. En ik ben er met terugwerkende kracht trots op dat mijn moeder me de kans heeft gegeven om als vijftienjarige buitenshuis te proberen mijn voetbaldroom na te streven.”

,,We zijn gelovig opgevoed en mijn vrouw is ook kerkgaand. De diensten en het geloof hebben me in de afgelopen jaren rustig gemaakt en kracht gegeven om sterk te zijn. Ik heb zoveel meegemaakt, drank en drugs om me heen, jongens die pooier werden. Dat wilde ik niet, ik wilde op het rechte pad blijven. Zo wil ik onze kinderen ook opvoeden. Ze sporten. En dan ben ik alert. Ik laat ze niet alleen met begeleiders. Vanwege wat mezelf is overkomen. Ik ben niet meer grenzeloos van vertrouwen. Vergeten zal ik het nooit. Er blijft altijd schade, een litteken.”

,,Ik probeer zoveel mogelijk van mijn tijd aan de kinderen te geven. Mijn zoontje mocht meedoen met de Ajax-talentendag. Mooi toch, als ze maar plezier hebben in wat ze doen. En ik wil er zijn voor hen, omdat mijn vader er niet voor mij is geweest. Het is geen gemakkelijke bagage maar ik probeer er mee te leven. Mijn broertje en zusjes zijn goed terechtgekomen. Er is veel liefde onderling, maar ook verdriet, dat stukje kennen zij niet. Als hen of mijn kinderen iets overkomt, wil ik dat zij het met me delen. Dus… wordt het tijd dat ik het zelf ook ga delen.”

Die paar angstaanjagende minuten bij de elftalleider van Vitesse houdt, Orvedo bewust 25 jaar bij zijn moeder weg. Tot hij besluit naar buiten te treden. Eerst gaat hij op zondagmorgen naar de kerk. In de preek gaat het over ‘de overwinning’. Dat sterkt hem, wanneer hij met een maaltijd richting het huis van zijn moeder gaat. Hij neemt een aanloop naar die vreselijke dag en vertelt over de anticlimax van het voetbalavontuur. ‘Waarom heb je het me toen niet verteld?’, vraagt zijn moeder. ‘We hadden meteen naar de politie kunnen gaan’. Orvedo wijst op zijn schaamtegevoel. Een omhelzing volgt. Moeder houdt haar zoon tegen zich aan. Ze raken aan de praat over het verleden. Over de pijnlijke dingen, maar ook de mooie herinneringen.

Wil jij je verhaal delen?

Blijf er niet mee rondlopen. Je hoeft het niet voor jezelf te houden of weg te stoppen uit schaamte, angst voor het breken van je sportcarrière of je plezier in de sport. Breng je verhaal naar buiten en vertrouw op jezelf dat het goed is om te doen. We zijn er om naar je te luisteren en je te helpen!

Mede mogelijk gemaakt door

Back To Top