Na elf jaar uit de cirkel van schaamte en schuldgevoel

Het uitgebreide verhaal van Ilonka Wolswinkel - Atletiek

Een trainer kan een sporter maken, maar ook breken. Atlete Ilonka Wolswinkel-Van den Hengel had een grenzeloos vertrouwen in haar trainer. "We waren een team: hij zorgde voor alles en ik liep heel goed op zijn schema’s." Ilonka, die al een obsessie voor eten had ontwikkeld, werd in haar drive om topsporter te worden ook onderdanig aan de man die zijn lusten steeds meer aan haar opdrong. "En mij uiteindelijk tijdens een training verkrachtte." Ze voelde zich medeplichtig. En borg alles op, waar ze dacht dat het veilig was. Wenste dat ze de volgende morgen niet zou ontwaken. Maar ze is er nog. Gesterkt en bijna geheeld. "Ik stopte het jarenlang goed weg. Nu alle laagjes er vanaf gepeld zijn, ligt het open en bloot. Maar dit is de enige manier om er mee door te gaan. Anders had het zich nog dieper genesteld en nóg meer ellende veroorzaakt. Ik denk dat een stukje herkenning belangrijk is, het bespreekbaar maken. Cijfers van misbruik binnen de sport zeggen veel, maar verhalen maken het tastbaar, die beklijven. En ze kunnen anderen ertoe zetten hun verhaal te delen. Ik heb zelf veel gehad aan de andere verhalen van sporters, heb mezelf enorm gestoord aan het hele taboe. Als je ziet hoe mensen uit de omgeving reageren of juist helemaal níet reageren. Ik zou hetzelfde kunnen doen als vele anderen, door het er vooral niet over te hebben, maar ik heb ervoor gekozen om er open over te zijn. En ik hoop dat mijn verhaal anderen kan helpen."

Het is de eerste keer dat Ilonka haar verhaal publiekelijk deelt. "Vrienden, familie en collega’s weten wat er is gebeurd tussen 2003 en 2007, maar dat heeft even geduurd. Ik heb het pas vier jaar daarna aan mijn ouders verteld en vervolgens viel het weer een tijdje stil."

"Door het hele #MeToo-gebeuren kwam het los, kreeg ik klachten, kon ik het niet langer verborgen houden en ben ik in 2018 in therapie gegaan. Ik heb het al die tijd weten te onderdrukken, door het er niet over te hebben. Maar die dagelijkse berichten van toen: dat was copy paste aan mijn eigen verhaal. Toen hield ik het niet meer… het was te confronterend. Ik kreeg flashbacks, nachtmerries en moest er iets mee. Ik heb het nog ruim een half jaar weten uit te stellen, tot ik niet meer goed functioneerde."

Dan ga je juist op zoek naar die verhalen, want een stukje herkenning is ook wel fijn. Dat gevoel van: ik ben niet de enige. Ik las Renalds verhaal en dat van enkele andere sporters. Inmiddels schaam ik me niet meer voor mijn verhaal

Ilonka Wolswinkel

Als geboren Nijkerkse was het bijna als vanzelfsprekend dat zij zich op zevenjarige leeftijd bij de korfbalvereniging aanmeldde. "Iedereen in de straat was bij de korfbalvereniging betrokken en op school was het ook populair. Ik was echter geen teamsporter. Knetterfanatiek, ik wilde elke bal hebben. Werd ook uitgekozen voor de regioselectie. Maar als een teamgenote bijvoorbeeld het haar aan het vlechten was, werd ik superchagrijnig. Ik was zó gericht op willen winnen. Op mijn twaalfde ben ik wat anders gaan doen: atletiek. Ik was geen buitensporig talent. Datgene wat ik heb gepresteerd, is op basis van hard werken en flink af kunnen zien. Dát is mijn talent. Gewoon doorgaan."

"Hardlopen, duursporten, ik vond het al leuk voordat ik me op mijn twaalfde aansloot bij de atletiekvereniging. Ik bleek aanleg te hebben voor de middellange afstanden en al snel trainde ik vijf keer in de week. Het was een kleine vereniging. De trainer zei dat wanneer ik sneller wilde gaan lopen, ik naar grote clubs als Amersfoort of Harderwijk moest gaan. Dat deed ik na twee jaar. Ik reisde met het openbaar vervoer naar Harderwijk. Op een gegeven moment werd ik gevraagd aan te sluiten bij de jeugdselectie van de Atletiekunie, op Papendal. Ik ging. Álles voor atletiek. Ik had er álles voor over om goed te worden." Dat werd ook haar valkuil.

"Bij de junioren liep ik de afstanden tussen de 3.000 en 10.000 meter. Ik wilde het beste uit mezelf halen, droomde van grote toernooien en de marathon. Tijdens wedstrijden liep ik vaak vooraan, omdat nog niet iedereen van mijn leeftijd zo vaak trainde als ik. Dat werd later gelijkgetrokken. Toen bleek ik niet getalenteerd genoeg om de top te halen."

Als puber had ik anorexia. Ik denk dat er veel brugklassers op zoek zijn naar zichzelf, hun identiteit. De één gaat roken, de ander drinken, de ander zoekt een andere weg

Ilonka Wolswinkel

Dat stond los van het feit dat zij 'het jezelf pijn kunnen doen als topsporter' iets te letterlijk nam. "Als puber had ik anorexia. Ik denk dat er veel brugklassers op zoek zijn naar zichzelf, hun identiteit. De één gaat roken, de ander drinken, de ander zoekt een andere weg. Ik begon al een beetje te klooien met eten, maar dat deden meerdere meiden. Toen ik fanatieker werd met hardlopen, ging het mis en dat bleef een dingetje. Ik wilde mijn vetpercentage laag houden, des te sneller vloog ik over de baan. Tijdens wedstrijden stond ik in het startvak immers naast Keniaantjes en die waren zeker vijf kilo lichter, terwijl ik niet eens lang was en ook niet zwaar. Als iedere kilo telt, als dat zo wordt gebracht, dan wil je dat ook, steeds lichter worden. Dat ging mis."

"Ik isoleerde mezelf. De schoolpauze was een crime, want dan was iedereen met eten bezig, behalve ik. En ik ging steeds meer trainen, steeds minder eten. Mijn haren vielen uit, ik kreeg stressfractuurtjes, blessures. Óf ik liep knetterhard, óf ik was geblesseerd. Het wordt iets verslavends, het geeft een kick als je op de weegschaal staat en die geeft minder gewicht aan dan de dag ervoor. Als ik nu foto’s zie van toen, denk ik oeh… Maar als ik destijds in de spiegel keek, zag ik tóch nog iets wat er af kon. Zolang ik iets kon vastpakken: er zit nog vet, dat kan nog weg. Te bizar."

"Hoe manipulatief ik ook kon zijn: ik moest wekelijks op de weegschaal staan met mijn ouders erbij. Dan dronk ik vlak daarvoor heel veel water, zodat er toch wat gewicht bij kwam. Steeds maar de boel besodemieteren. Mijn ouders probeerden me bewust te maken dat het beter was dat ik wel at, maar dat landde niet. Mijn vader kon de anorexia helemaal niet handelen en aan tafel hadden we dikwijls ruzie. Zo maakte ik voor het avondeten de afspraak met mijn moeder dat ik een bepaald stukje vlees moest opeten. Als mijn moeder dan de keuken uitliep, sneed ik snel een stukje af en verstopte dat, zodat het stukje wat ik op móest eten, nog kleiner werd. Natuurlijk besodemieterde ik daarmee ook mezelf. En dat heeft ook zijn sporen nagelaten. Bizar hoe je jezelf voor de gek kunt houden. Je hebt een verkeerd zelfbeeld. Ik was gewoon al oké, maar dat wilde ik niet zien. Je bent gewoon in de war."

"In die tijd was ik kwetsbaar, leefde geïsoleerd en dat heeft ook bijgedragen aan wat er allemaal is gebeurd. Ik had geen liefde meer om me heen, kon het ook niet toelaten. En ik had geen vriendinnen meer. Maar uiteindelijk kan het iedereen in de sport gebeuren, als je merkt hoe geniepig het er aan toe gaat, dat is mijn overtuiging. In het begin heb je het niet eens helemaal door, maar op een gegeven moment zit je er dusdanig in, dat het helemaal geen optie meer is om er uit te stappen. Het is een raar fenomeen…"

"Op mijn zestiende begon het misbruik. Bij de atletiekvereniging in Harderwijk werd mijn trainer, die bij het leger zat, uitgezonden op missie. De groep viel uit elkaar, ik bleef bij de vereniging en kwam in een groep met oudere atleten. Ik was een eenling. Zij zaten in een andere levensfase. We trainden wel samen en ik had het gezellig. Maar ik had een andere stip aan de horizon. Als jongste was ik het lievelingetje van de trainer en dat werd door iedereen geaccepteerd. Ik was een talent en had ambitie."

"Van een lievelingetje ging het steeds verder. In het begin zocht ik er niks achter. Totdat je door hebt dat het niet oké is wat hij deed. Zoiets gaat ook niet van de ene op de andere dag. Hij won eerst mijn vertrouwen en gaf mij ook veel vertrouwen. Ik liep goed op zijn schema’s, dus we vormden een goed team samen. Hij deed van alles voor mij, ging mee naar de sportarts, zorgde voor een diëtiste. Hij gaf om mij, zo voelde dat voor mij. Ik zag er geen kwaad in."

"Tot er bepaalde opmerkingen kwamen. Dat ik mooie borsten had… Zei hij dat nou echt? En er plots een hand naar een bepaalde plek ging. Dat zal wel per ongeluk zijn gegaan. Maar als het daarna verder gaat en er vaker dingen gebeuren… Dan zit je er al zo ver in. En het dan tegen iemand zeggen? Tegen wie? Met mijn ouders liep het niet lekker vanwege de anorexia-kwestie en ik had geen vriendengroep, omdat ik me op school afzonderde. Dus ik was enorm eenzaam. Je voelt aan alles dat het niet oké is, maar je stopt het weg, probeert het te bagatelliseren voor jezelf. En zo ga je telkens naar de volgende training toe. Er waren immers ook positieve dingen, dus je streepte het als het ware tegen elkaar weg."

"En sowieso, de rolverdeling die tussen ons bestond: ik deed alles wat hij zei. Als hij zou zeggen ‘je gaat iedere ochtend tien minuten op je hoofd staan’, zou ik dat ook doen. Als dat goed was voor mijn ontwikkeling als atleet… Het zat dus niet in mijn patroon om iets van hem af te wijzen. Of dingen niet te doen die hij zei. Ik durfde niet. Ik was een tiener en hij vijftig plus. Er was dus sprake van een afhankelijkheidsrelatie en dat maakte het voor hem gemakkelijk om zijn ding te doen. En dat heeft best wel lang geduurd en is best wel ver gegaan…", komt er een trilling in haar stem.

Opeens stopte hij zijn tong in mijn mond. Zoiets gaat niet per ongeluk. Zei hij: ‘je kan goed zoenen’. Door zo’n compliment voelt het alsof je het zelf doet

Ilonka Wolswinkel

"Op een gegeven moment begon hij te zoenen. Bracht hij me naar het station om me af te zetten voor de trein en opeens stopte hij zijn tong in mijn mond. Zoiets gaat niet per ongeluk. Zei hij: 'je kan goed zoenen'. Door zo’n compliment voelt het alsof je het zelf doet. Dan wordt het chaos in je hoofd en denk je: heb ík het nou zo ver laten komen? En zo ging hij steeds een stapje verder. Elke keer stapte ik in die auto en dan wist ik dat er iets kon gebeuren wat ik niet fijn zou vinden. Maar dan zette ik daarna de knop weer om. En ik, ik huilde mezelf in slaap iedere avond."

"Overdag deed ik of er niks aan de hand was, als ik in de buurt was van anderen. Ik had wel huilbuien, maar dat werd dan op mijn eetproblemen gegooid. ‘Ilonka zit niet lekker in haar vel, de reden is bekend’, klonk het dan. Ik ben een keer door mijn mentor naar de schoolpsycholoog gestuurd, maar die kon er ook niet doorheen komen. Dat liet ik niet toe. Het was mijn geheimpje."

"Ik was vaak geblesseerd. Overtraind, zo werd dan als oorzaak aangewezen. Maar die blessures kwamen natuurlijk niet alleen daar vandaan. Dat kwam ook omdat ik mezelf niet oké voelde bij de situatie. Dat gaf natuurlijk stress. Op een gegeven moment waren mijn bloedwaardes niet goed en mijn ijzergehalte laag. Dan is een looptraining niet aan te raden, want dan loop je met iedere stap als het ware je bloedplaatjes kapot. Ik zat dus meer op de mountainbike of racefiets, dan dat ik hard liep. Vlak voordat een stageperiode van school zou beginnen, was ik een week vrij. Hij was - toevallig - ook een dag vrij doordeweeks en vroeg of we samen konden gaan mountainbiken. Ik stemde in. Had al wel een onderbuikgevoel."

"Hij wist de weg in het bos en nam het voortouw. En geen seconde dat het in me opkwam om niet achter hem aan te gaan. Ik volgde. Je bent gewoon voorgeprogrammeerd. Je zit dusdanig in die modus, dat je doet wat hij wil. Op een gegeven moment weken we van het pad af. Hij was gewoon voorbereid, was het van plan. Had de plek ook al van tevoren uitgezocht. We stopten ergens, ver weg van de gebaande paden… Hij zette zijn fiets aan de kant. Ik ook… Ik voelde me gespannen. En daar heeft hij me gewoon verkracht…"

"Ik volgde weer en liet het gebeuren… Letterlijk… Hij vroeg me niks en deed zijn ding. En ik was verstijfd, bevroren. Je kunt niet nadenken. Op een of andere manier voelde hij aan dat het mijn eerste keer was. En zei daarna: 'ik heb een vrouw van je gemaakt…' Tja. Te bizar."

"Hij ging voor het zingen de kerk uit, dus het sperma zat op mijn schouder. Thuis trok ik mijn shirt uit, het was walgelijk. Ik voelde me walgelijk. Onder de douche barstte ik in huilen uit. Het is gewoon niet te beschrijven wat je dan voelt."

"Ik schaamde me enorm. Voelde me schuldig. Want ik had het laten gebeuren, had mezelf niet verzet. Dus met iemand iets delen, dat was geen optie. Thuis niet. Nergens."

"Toen ik hem daarna weer zag op de club, kwam het niet ter sprake. Anderhalve week later had ik een competitiewedstrijd, waar hij niet bij was. Kreeg ik een berichtje, met de vraag of ik na afloop naar een parkeerplaats wilde komen, want hij wilde me even spreken. Zoals gebruikelijk, gehoorzaamde ik en ging naar de parkeerplaats."

"Hij voelde zich kennelijk schuldig. Maar niet ten opzichte van mij… Wel ten opzichte van zijn vrouw. Hij had haar verteld wat er was gebeurd. Want opeens kwam hij op die parkeerplaats tevoorschijn, met zijn vrouw naast zich. Mijn hart bonkte… Zijn vrouw ging direct enorm tekeer tegen mij. En maakte mij verwijten. Wat ik wel allemaal in mijn hoofd had gehaald…"

"Het was volgens haar wel duidelijk dat ik niet meer welkom was op de club, voegde ze toe. Hij probeerde haar nog een beetje te sussen. Ik was een tiener en hij midden vijftig. Dus ik weet niet wat zij heeft gedacht? Het was een bizarre gewaarwording. Hij heeft vervolgens een mail opgesteld, die ik naar de trainingsgroep moest sturen, wat ik ook deed. In de mail stond dat ik meer op Papendal ging trainen en dus de club moest verlaten."

"Ik had nog spullen van hem bij me thuis, een hartslagmeter bijvoorbeeld. Ik bracht het naar de club en daar zag ik hem. Heel gek, maar ik zat nog in de modus dat ik het mezelf meer kwalijk nam dan hem. Ik vond dat ík het zo ver had laten komen, dat ík schuldig was. Terwijl hij getrouwd was en kinderen had die ouder waren dan ik. Ik was gewoon nog steeds niet boos op hem. Ik vroeg mezelf van alles af. Wat was mijn aandeel in het geheel? Je zit vast in een web. Pas als je andere verhalen leest en hoort, dan merk je pas dat dit soort mensen zo te werk gaat. Toen voelde ik pas: ik ben niet gek, ik ben slachtoffer. Leerde ik te snappen dat ik geen andere optie had. Dat cirkeltje van schuld- en schaamtegevoel heeft echter elf jaar in mijn hoofd rondgedraaid. Ik had ook meer zelfhaat, dan dat ik haat voelde jegens hem. Dat veranderde pas toen ik in therapie was. Het is moeilijk geweest om het verhaal om te kunnen draaien, om de realiteit te kunnen zien. Want überhaupt, ook al had ik het gewild, hij had het nooit mogen doen."

Twee jaar nadat zij de bewuste trainer voor het laatst zag, in 2009, kreeg Ilonka een relatie. "Ik heb het mijn vriend al snel verteld." Ze kon niet anders. "Omdat intimiteit bij mij een dingetje was en nog steeds is. Als hij een hand op mijn bil legde, reageerde ik daar meteen op. En seks was voor mij geen optie. Ik heb hem gevraagd om geduld te hebben." Hij zag haar interne worsteling. "Hij was heel boos op hem, heeft hem zelfs in de gaten gehouden zonder dat ik het wist. Via Google ontdekte mijn vriend dat hij weer als trainer een eigen loopgroepje had opgestart. Heeft mijn vriend zich onder een andere naam ingeschreven en een training bij hem gevolgd. Aan het einde is hij op hem afgestapt, in de trant van ‘niet zo netjes wat je hebt gedaan’. En heeft hem gezegd dat hij maar beter kon stoppen als trainer. Dat deed hij: nog dezelfde dag gaf hij in een mail aan dat hij door omstandigheden het loopgroepje op moest heffen."

Vervolgens kwam het thuis niet meer ter sprake. Pas toen ik serieuze klachten kreeg. Kennelijk ben je gewoon een heel lastig gespreksonderwerp. Dat maakt het nóg moeilijker om te delen

Ilonka Wolswinkel

"Na twee jaar, in 2011, heeft mijn vriend me aangespoord om het aan mijn ouders te vertellen. Ik heb alles opgeschreven, van begin tot eind, want vertellen was te moeilijk. Toen ze dat hadden gelezen en ik er nog wat over had gezegd, waren ze emotioneel. Vervolgens kwam het thuis niet meer ter sprake. Pas toen ik serieuze klachten kreeg. Kennelijk ben je gewoon een heel lastig gespreksonderwerp. Dat maakt het nóg moeilijker om te delen. Je denkt lange tijd dat je de enige bent, je voelt je eenzaam met je verhaal. Vervolgens wordt het thuis doodgezwegen. Terwijl ik mezelf al zo schuldig voelde over wat er was gebeurd, dat ik het zo ver had laten komen. En ik voelde heel veel schaamte. Maar door zo’n reactie, het er niet meer over willen hebben, wordt jouw gevoel bevestigd. Het mag er niet zijn. Laten we vooral zorgen dat niemand anders het te weten komt, want wat moeten ze er wel van denken? Dat is gewoon heel pijnlijk. Dat je het niet mag hebben over zo’n groot iets in je leven. Een raar mechanisme."

"Nadat ik het mijn ouders had verteld, kreeg ik klachten en ging het vaatje open. Ik kreeg onder meer in de auto paniekaanvallen. Een psycholoog stelde PTSS vast en ik kreeg EMDR-therapie. Maar daarna deed ik het dekseltje op het doosje en ging weer verder. Het was te groot en had te lang zitten broeden om het met een paar sessies te behandelen en te verhelpen. Maar het hielp me wel om het er over te hebben.”

Die mogelijkheid lag niet overal voor de hand. "In 2018 kwam ik uiteindelijk ‘uit de kast’. Toen er een verjaardag van een familielid naderde, heb ik het in de familie-app gezet. En verteld wat er is gebeurd en waar ik mee bezig was. Vooraf vond ik het al spannend om naar die verjaardag te gaan. Hoe zouden ze naar me kijken, wat zouden ze denken en wat zouden ze vragen? En vervolgens niemand… Alle ooms en tantes waren er, maar het ging vooral over allerlei neefjes en nichtjes, iedereen kwam voorbij maar niemand die aan mij durfde te vragen hoe het met me ging. Kennelijk lag er een hoge drempel."

"Mijn collega’s wisten het inmiddels ook, ik ging onder werktijd naar therapie, maar niemand durfde iets te vragen. Ik kan er wel in komen. Het onderwerp werpt misschien psychologisch die drempel op. Überhaupt, seks als item. Misschien weten ze niet welke vraag te stellen. Maar het zou fijn zijn als het gewoon besproken kan worden. Dat kan ook met één open vraag beginnen, bijvoorbeeld hoe het gaat, dan ga ik misschien wel praten. Iemand sprak me later aan en zei ‘je kijkt nu wat beter uit je ogen, nu durf ik het wel te vragen’. Dus toen het slecht met me ging, durfden ze dat niet? Het moet normaal zijn dat je kunt uiten dat het slecht met je gaat, zonder dat iemand schrikt. Maar men gaat er met een grote boog omheen en dat maakt het nóg ongemakkelijker."

"Als ik dan een keer uitging en alcohol had gedronken, dat ging het open. Dan kom je dieper bij je gevoel, werden de laagjes afgepeld en had ik huilbuien. Op de andere momenten hield ik het weer keurig verborgen. Tot het #MeToo-gebeuren losbrak. De klachten begonnen opnieuw en zo ben ik bij het Centrum voor Seksueel Geweld terechtgekomen. Daar ben ik goed door de mangel gehaald. Om het stuk schuld en schaamte weg te poetsen, kreeg ik opnieuw EMDR-therapie, maar dan op meerdere ‘plaatjes’ dan alleen de verkrachting."

"Mijn therapeute stelde voor om mijn ouders uit te nodigen. Ze legde alles uit. Mijn ouders voelden zich ook enorm schuldig, dat ze al die tijd van het misbruik niks hadden gezien. Het was overigens geen onwil, maar ze konden er niet over praten. Voor hen is het ook heel lastig geweest. Ze zien inmiddels dat het weer oké gaat met mij en durven nu gewoon te vragen hoe het gaat. Die vraag hebben ze lang niet durven stellen. Het is fijn dat we het er nu over kunnen hebben. Daarvoor fungeerde iedereen op een ander level, terwijl ik het door middel van de therapie probeerde te accepteren en het er wel over wilde hebben. Ik was verder dan mijn omgeving, zoals tijdens die verjaardag en er omheen werd gefietst en liever koetjes en kalfjes van stal werden gehaald. Je bent maatschappelijk gewoon een moeilijk onderwerp.”

"Op het moment dat je onderweg bent naar je coming-out, tijdens die therapie, dan is dat waar het op dat moment in het leven om draait, dan ben je letterlijk het hoe aan het herbeleven. Dan is het heel fijn als je het een beetje kunt delen, maar als iedereen er dan letterlijk van wegkijkt, is dat heel pijnlijk. Alsof een deel van mij er niet mag zijn. Gelukkig begint dat bij te trekken."

"Mijn therapeute stelde aanvankelijk - ten einde los te komen van schuld en schaamte - voor om brieven te schrijven naar hem. Dan schreef ik op wat ik tegen hem wilde zeggen, maar die brieven bleven bij mij. Totdat zij het idee opperde om hem weer te ontmoeten. Een jaar geleden werd dat contact tussen slachtoffer en dader georganiseerd, via het bureau Perspectief Herstelbemiddeling. De therapeute dacht dat het mij zou helpen om tegenover hem te zitten, recht in de ogen te kijken en hem te vertellen welke pijn het mij heeft gedaan. Ik stond niet direct te springen, moest er even over nadenken. Ik zette de voors en tegens op een rij en besloot dat bureau in te schakelen."

"Er volgden eerst een paar voorgesprekken met een onafhankelijk iemand. Zodat je vooraf weet van elkaar hoe een ieder er in staat. Vervolgens is er een afspraak. Bizar. Opnieuw. Twaalf jaar na dato ontmoette ik de man weer. De nacht ervoor deed ik geen oog dicht. Ik had alles uitgeschreven, alle scenario’s doorgenomen, hoe hij zou kunnen reageren. Ik zat als eerste in die kamer, hij kwam later, zodat we niet samen in de wachtkamer zouden zitten. Mijn - inmiddels - man wachtte buiten in de auto, was ook enorm zenuwachtig. Ik was supergoed voorbereid, toch was het heel eng om weer met hem in één kamer te zijn."

"Er zat iemand bij van dat bureau. Nu waren de rollen omgedraaid. Ik kon mijn verhaal doen, had de regie en dat is goed geweest voor mij. Voorwaarde was dat hij me uit liet spreken. Hij heeft ook geluisterd en daarna zijn eigen visie gegeven. We hebben getekend voor geheimhouding, dus ik mag niets zeggen over de inhoud. Maar we hebben allebei onze waarheid. Dat hij de zijne heeft, is zijn bekrompen geest. Ik wilde hem duidelijk maken wat hij bij mij heeft aangericht. Wat voor klootzak hij is. Ik wilde er niet als een zielig vogeltje zitten en nam me vooraf voor om sterk te blijven en – naast mijn boze momenten – stond ik er zelf van te kijken hoe sterk ik ook bleef."

Ik heb nu regie over mijn eigen leven. Hij is als de dood dat ik aangifte ga doen. Maar hij is gelukkig geen trainer meer, kan geen andere slachtoffers in de sport maken

Ilonka Wolswinkel

"Ik heb nu regie over mijn eigen leven. Hij is als de dood dat ik aangifte ga doen. Maar hij is gelukkig geen trainer meer, kan geen andere slachtoffers in de sport maken. Achteraf bezien is het eigenlijk een God’s geluk dat hij het meteen tegen zijn vrouw heeft verteld, anders was het zeker vaker gebeurd. Maar datzelfde stukje heeft ook een enorme afbreuk gedaan aan mijn eigenwaarde. Dat je je eerst geliefd voelt en dan wordt gedaan alsof je niks voorstelt. Ik had tijdens die bewuste periode nauwelijks sociale contacten en hij deed heel veel voor mij en ook al deed hij die andere dingen, toch vertrouwde ik hem en dacht ik dat hij van mij een goede atlete ging maken: we waren een goed team. Dus er was genegenheid als trainer en pupil en een onderlinge vertrouwensband. Al had hij die al honderd keer geschaad, toch brak het niet. Ik bleef loyaal. Als iemand je dan dusdanig hard laat vallen in het bijzijn van zijn vrouw, dan is dat op dat moment misschien wel pijnlijker dan de verkrachting. Eerst had ik dat waardeloze gevoel, later kreeg ik nachtmerries van die verkrachting."

"Mijn therapeute van het Centrum Seksueel Geweld heeft me doorgestuurd. Ik heb nu psychomotorische therapie. Heb nog last van vaginisme, van verkramping. Als het op seks aankwam had ik geen gevoel, dat ben ik nu weer aan het ontwikkelen. Het is bizar welke invloed dat verleden heeft, hoe het zich wortelt in je lijf en tot uiting komt op manieren dat je denkt: what the fuck? Dat je eigenlijk heel goed weet dat het veilig is met je man en dat het oké is om te voelen, maar dat je lijf gewoon zegt: ho, stop maar. Dat is enorm kut."

"De therapeute geeft aan dat het goed is dat mijn lichaam dat destijds heeft ontwikkeld, om uit te gaan, om niet te voelen. Mijn lichaam heeft goede ervaringen nodig om het weer te activeren. Het is heel raar dat je op je 32e seksualiteit moet leren ontdekken. Ik heb gewoon een stuk overgeslagen. Heb alles laten gebeuren, had er niets over te zeggen, heb er nooit over nagedacht wat ik prettig vond, want ik had helemaal niks prettig te vinden. Nu moet ik gaan bedenken: dit gebeurt en vind ik dat fijn of zou ik het anders willen? Ik ben nu elf jaar samen met mijn man en het is raar om zo met elkaar bezig te zijn."

"Ik heb het enorm getroffen met hem. Ik ben vaak niet te genieten geweest en in alle opzichten was het niet makkelijk voor hem. We hebben samen een kinderwens. Dat zal niet vanzelf gaan. Bovendien: ik heb ook mijn momenten gehad dat ik liever niet wilde leven. Als er op die momenten een pilletje op mijn nachtkastje had gelegen, dan had ik ‘m genomen. Dan dacht ik: wat zou het fijn zijn als ik niet meer wakker werd. Ik studeerde destijds fysiotherapie, had een stageplek in een verpleeghuis en dat vond ik een crime. Er lagen mensen die geen zin meer hadden om te leven. Kwam ik iemand ophalen voor een revalidatietraining, dan zei die persoon: ‘laat mij liggen, laat mij maar dood gaan’. What the fuck, ik ga er wel bij liggen, dacht ik dan. Het was zo ontzettend niet mijn plek om daar te zijn. Bizar dat ik mijn stage toch heb gehaald. En nu wil ik zelf een kindje, maar is dat niet heel egoïstisch? Als je zelf momenten hebt gehad dat je er liever niet meer was, dan ga ik een kind op de wereld zetten die zo verrotte kut is. Waarom zou ik een kind blootstellen aan deze wereld? Dat zorgt voor een tweestrijd."

"Wat sport me nog brengt? Plezier. Mijn achillespees heeft op z’n donder gehad, maar er is stress uit mijn lijf, dus ik ben meer belastbaar. Ik train in Amersfoort bij een club, in een hele leuke groep, lekker fanatiek. Ik zal de tijden die ik heb gelopen niet meer gaan lopen, maar ik hoef niet meer te winnen, ik vind het lekker om af te zien en fit te blijven. Ik sport nog wel vijf keer in de week, ook mountainbiken en racefietsen. Ik doe waar ik zin in heb. Als het hoofd of lichaam pijn doet, dan kan ik ook omdraaien."

"Door openheid te geven, hebben twee mensen in mijn omgeving in vertrouwen verteld wat hen is gebeurd qua seksueel misbruik. Helaas hebben nog steeds veel mensen de neiging om er over heen te praten of bijvoorbeeld te zeggen: ‘het achternichtje van mijn buurvrouw heeft het ook gehad en die is in een inrichting terecht gekomen’. Of ‘ik ken iemand die daarna zelfmoord heeft gepleegd’. Nou, top! Het is tekenend voor de onmacht en onwetendheid, mensen weten vaak niet hoe er over te praten. Of reageren met: ‘goh, dat had ik nooit van jou verwacht. Alsof er een prototype mens bestaat dat misbruikt wordt. Of het is een soort schijnveiligheid creëren. Alsof het haar dochter nooit zou overkomen. Helaas, het kan iedereen gebeuren. Daarom moet duidelijk worden hoe misbruik in elkaar steekt, hoe het proces verloopt. Dat als je zoiets gebeurt, het meteen duidelijk is dat het niet oké is, dat het niet jouw schuld is en schaamte niet nodig is. En dat je het móet melden.”

Wil jij je verhaal delen?

Blijf er niet mee rondlopen. Je hoeft het niet voor jezelf te houden of weg te stoppen uit schaamte, angst voor het breken van je sportcarrière of je plezier in de sport. Breng je verhaal naar buiten en vertrouw op jezelf dat het goed is om te doen. We zijn er om naar je te luisteren en je te helpen!

Mede mogelijk gemaakt door